Guldensporenslag

Portret door Jan Frans Portaels van Hendrik Conscience.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hendrik_Conscience#/media/Bestand:Hendrik_Conscience.jpg

De guldensporenslag of de Slag bij Kortrijk is een veldslag die dankzij het boek ‘De leeuw van Vlaanderen’ van Hendrik Conscience bekend is geraakt. In 1838 schreef hij deze roman wat de belangrijkste bijdrage tot de wijdverspreide faam van de veldslag was. Het is echter wel een geromantiseerd beeld van de strijd. Het boek werd destijds geschreven om de Belgische identiteit een achtergrond te geven (cfr. Godfried van Bouillon), maar mede ook om de Nederlandse taal en de Vlamingen hun strijd te belichten. Zo geeft hij in zijn voorwoord ook respect voor de Nederlandse taal en de Vlamingen in de Belgische staat. Bij het opkomen van de Vlaamse beweging is deze veldslag geëvolueerd tot een symbool van de Vlaams-Nationalistische strijd, een schril contrast met de oorspronkelijke bedoeling van Conscience.

De veldslag was het gevolg van de Vlaamse opstand tussen 1297 en 1305, waarbij het graafschap Vlaanderen in opstand kwam tegen de Franse kroon. Sinds het verdrag van Verdun in 843 was het graafschap officieel deel van het Franse koninkrijk maar was het in se autonoom in werking. Het graafschap bestond uit enkele van de rijkste steden van die periode zoals Brugge, Gent, Ieper, Rijsel, … die rijk werden door de lakenindustrie. Filips IV versterkte zijn greep door vreemde munten te verbieden (een slag gezien de nijverheid destijds veel handel dreef met Engeland), devalueerde de munt, …

De graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, besloot door toegenomen spanningen zijn dochter uit te huwelijke aan de Engelse troonopvolger Eduard II met de hoop op een alliantie en zo druk te kunnen zetten op Frankrijk. De Franse vorst besloot echter om Gwijde’s dochter te ontvoeren en samen met de 2 oudste zonen en een aantal edelen gevangen te houden tot het huwelijk werd afgeblazen. Een aantal steden werden vervolgens onder koninklijke hoede geplaatst. Gwijde wou zijn grieven uiteenzetten voor de hofraad, waarin de belangrijkste vazallen van de koning zetelen maar dit werd geweigerd door Filips.

Het Groeningemonument, gebouwd door Godefroid Devreese en ingehuldigd in 1906.
Het is een herdenkingsmonument te Kortrijk voor de 600 jaar van de Guldensporenslag.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Groeningemonument#/media/Bestand:Kortrijk-Groeningemonument.jpg

Hierop besloot de graaf om zijn feodale vazalschap af te breken en een alliantie met Eduard I te starten, waarop Filips aangaf het graafschap te confisqueren. Na heel wat veldslagen vond de Guldensporenslag plaats op 11 juli 1302, heden ten dage de Vlaamse feestdag. De zoon en kleinzoon van Gwijde van Dampierre organiseerden het verzet en stelden een leger op uit ambachtslieden, boeren, stedelijke milities en ridders. Het Franse leger bestond echter uit meer 8000 soldaten met 2500 man cavalerie, tegen 9000 man waarvan vermoedelijk een 350-tal ridders te paard en de rest voetvolk. Samen met het graafschap Namen bonden ze de strijd aan. De veldslag werd gewonnen met meer dan 2000 doden aan Franse kant en enkele honderden aan Vlaamse kant.

Initieel sprak men van de slag bij Kortrijk, maar Jean Froissart (een middeleeuws dichter) sprak rond 1390 over het terugvinden van 500 vergulde sporen op het slagveld. Hendrik Conscience nam dit over als ondertitel voor zijn boek ‘De Leeuw van Vlaanderen’.   Uit deze strijd stemt ook de term Klauwaards af. Deze wordt vanaf de jaren 1380 gebruikt als alternatief voor de liebaards, de aanhangers van de Vlaamse gaaf Gwijde van Dampierre. De tegenstanders van de liebaards waren de leliaards, supporters van Filips de schone en koning van Frankrijk.