
De Sint-Gorikshallen in Brussel. Bron: https://sintgorikshallen.be/
Mogelijk kennen jullie Sint-Gorik al van de Sint-Gorikshallen. Sint-Gorik werd in 555 geboren in wat tegenwoordig Carignan heet, in de Ardennen. Hij was van Romeinse afkomst en werd door de aartsbisschop van Trier gestuurd om heidenen tot het christendom te bekeren. Het ging blijkbaar vrij vlot aangezien hij later bisschop van Kamerijk werd. Hij wou nadien alle beelden van heidense goden in de omgeving vernietigen, maar druïden zouden dan een draak in zijn weg hebben gezet. Sint-Gorik werd echter zwaar onderschat, want hij wrong het beest gewoon de nek om. Sindsdien dragen de kanunniken (leden van de clerici verbonden aan een kathedraal) van Sint-Gorik dan ook een draak in hun wapen. Sint-Gorik zou later ook slaven en gevangene bevrijden, afgodsbeelden en altaren verwoesten en dit zelfs tot in Brussel.
Er verscheen echter een woeste draak in Brussel, dus moest Sint-Gorik terug. Hij bad naar God voor sterkte en sleepte de draak dan bij zijn nek naar de Zenne, waarin hij de draak verdronk. Nadat hij het monster had overwonnen, begaf Gorik zich naar de heuvel, waarop later de Sint-Michiels kathedraal, ook nog Sint-Goedele kathedraal genoemd, zou verrijzen, maar waar in die verre tijd al een kapel stond. Hij ontmoette er een werkman met een stijve arm. De arme man was ooit de kapel gepasseerd zonder de heilige te groeten die er vereerd werd, en werd prompt gestraft met een stijve arm. Gorik knielde neer bij de kapel en bad God om een wonder. En zie, even later was de arm van de werkman genezen. Het straatje, waarin de man woonde, werd later Kromme-Elleboogstraat genoemd.
Gorik overleed tussen 623 en 626 in Kamerijk en werd begraven in de Sint-Medardskerk – later de Sint-Gorikskerk – waar eveneens een klooster verrees. In de historische kern van Brussel, ter hoogte van het hedendaagse Sint-Goriksplein, pronkte ooit de burchtkerk van Sint-Gorik. Deze kerk in laatgotische stijl bevond zich op een eiland in de Zenne, maar werd helaas in 1799 afgebroken. Oorspronkelijk bevonden zich meerdere eilandjes in de Zenne, waaronder enkelen ter hoogte van waar nu de Sint-Gorikshallen zijn en vroeger dus de Sint-Goriksburchtkerk stond. Stad Brussel liet er dan een marktplein aanleggen met in het midden een fontein die dateert van 1767 en afkomstig is van de Abdij van Grimbergen. De sokkel van de fontein zou dezelfde zijn als die waar in de voormalige kerk het beeld van Sint-Gorik op stond. Deze zijn nu nog steeds te vinden in de Hallen.
De hallen werden rond 1881 gebouwd toen ze de Zenne begonnen te overwelven. In de 20ste eeuw vond de markt in de hallen plaats maar na WO2 raakte de buurt in verval. Sinds het einde van de jaren 90 is het echter geherwaardeerd en ondertussen een levendige uitgaansbuurt. Het herbergt ook een informatie-en tentoonstellingscentrum.