De 7 Heuvels van Brussel

17de eeuwse stadsplattegrond van Brussel door Janssonius.
Bron: https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Bestand:Brussel_1657_Janssonius.jpg

Wie al eens gepoogd heeft om in Brussel de fiets te nemen of een lange wandeling door de verschillende gemeentes ondernam zal hebben gemerkt dat Brussel zeker geen vlakte is. De reden hiervoor start 2 miljoen jaar geleden. Tijdens de ijstijden zorgde een sterkere erosie voor het ontstaan van de twee grote noord-zuid georiënteerde valleien van de Zenne en de Woluwe. Alle valleien in Brussel zijn trouwens asymmetrisch, met een steile oostkant en een veel zachter hellende westkant. De bevolking van Brussel heeft ook een belangrijke impact gehad. Zo werd er in het Poelbos zandsteen ontgonnen, wat op verschillende plaatsen gebeurde en mede naam gaf aan de Zavel(put). Ook in Evere werd turf gewonnen met vaak verzakkingen van de bodem en leem en klei werden gedolven in verschillende gemeentes. De restanten van deze geschiedenis kan men vaak ook teruginden in de straatnamen (in Molenbeek de Potaardegatstraat, in Anderlecht de Potaardenbergstraat en in Laken de Steenbakkerijstraat).

In het historisch centrum vallen deze hoogteverschillen ook meer op. De Zennevallei wordt er gedomineerd door de heuvels. Aan het Beursplein zit je op nog geen twintig meter boven de zeespiegel terwijl dit aan de Naamsestraat boven de zeventig meter komt. We hebben echter veel werken verlegd (denk aan de Overwelving van de Zenne, de infrastructuur aan het Konklijk Paleis bovenop het oude Coudenbergpaleis etc.) die het reliëf minder uitgesproken maakte. Ga je het Warandepark binnen aan de kant van het Koninklijk Paleis, dan zie je dat de dreven eigenlijk dijken zijn, terwijl ze aan de kant van het Parlement dan weer zijn ingegraven in het park. In de achttiende eeuw werd het gebied genivelleerd om een klassiek uitzicht te geven. Daarvoor was de breuk tussen hoog- en laagstad veel abrupter, zoals nog te zien is tussen de Miniemenstraat en de Hoogstraat met die steile straatjes ertussen. Het Park van Laken had vroeger een veel heuvelachtiger, erg bucolisch karakter, wat enkel nog te zien is achter het Groentheater. Naar aanleiding van de twee wereldtentoonstellingen van 1934 en 1958 werd alles meer geëgaliseerd. De vlakke Louizalaan ligt ook al in een zone die doorsneden is door de vallei, maar daar gaat het alleen in de tunnels nog op en neer.

Er werd dan ook gretig gebruik gemaakt van deze verschillen. Volgens de meeste historici zou Karel van Neder-Lotharingen (953-992), de jongste zoon van de Franse koning Lodewijk IV, op een eilandje midden in de rivier de Zenne een castrum bouwen die al snel uitbreidde in omvang. Het kreeg de naam Bruocsella, naar de vele moerassen die er gelegen waren, en strekte zich uit over zeven heuvels. Historisch werden deze heuvels echter al snel door de Brusselaren bergen genoemd. Zo sprak men van de Warmoesberg, de Galgenberg, de Coudenberg, de Molenberg, de Treurenberg, de Kunstberg en de Reuzenberg. Deze vormden de eerste toegangspoorten van de stadsomwalling, die door de sterke groei een tweede maal omwald werd met 7 grotere poorten: de Naamse poort, de Leuvense poort, de Schaarbeekse poort, de Lakense poort, de Anderlechtse poort, de Vlaamse poort en de Hallepoort. Door het gebruik van het kanaal dat de Zenne met de Rupel verbond kwam er nog een 8ste bij, de Oeverpoort.