
Tableau van Théodore Verhaegen in maçonieke klederdracht circa 1833, tentoongesteld in het Belgische Museum van de Vrijmetselarij.
Bron: https://fr.wikipedia.org/wiki/Mus%C3%A9e_belge_de_la_franc-ma%C3%A7onnerie#/media/Fichier:P_verhaegen.jpg
Pierre-Théodore Verhaegen werd geboren in Brussel op 21 augustus 1796. Hij was een Belgische advocaat, politicus en stichter van de Université Libre de Bruxelles (initieel de Belgique). Hij sprak Brabants en Frans. Als deel van de loge l’Espérance waar prins Willem II (zoon van Willem I, koning van de Nederlanden) grootmeester was. Wellicht mede door deze relatie werd hij burgemeester van Watermaal-Bosvoorde van 1825-1842. Wanneer duidelijk werd dat de Belgische staat een feit was koos Verhaegen de kant van de liberalen en werd hij uiteindelijk voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers van 1848 – 1852 en van 1857 – 1859. Binnen de vrijmetselarij groeide hij uit tot grootmeester van het Grootoosten van België, heden ten dage nog steeds een belangrijke loge. Zelf was hij religieus maar durfde hij openlijk kritiek te hebben op het beleid van de Rooms-Katholieke kerk.
Theodore Verhaegen was doctrinair, was tegen leerplicht, monarchist, tegen revoluties en algemeen stemrecht, maar was wel tegen het fel belasten van de armen en geloofde dat de vooruitgang van de mensheid algemene welvaart dient te brengen. Hij was perfect tweetalig maar vond dat het Vlaams rechtvaardig diende behandeld te worden. Hij was antiklerikaal maar wel een katholiek. Hij was m.a.w. een tegenstander van de doctrinaire katholieke politiek maar hij vond godsdienst wel zeer belangrijk. Een priester diende in de kerk te zitten en niet daarbuiten.
Hij was een van de drijvende krachten van de stichting van de ULB en gaf het ideaal van de universiteit: “Onder deze vrijheden, die al zo lang geweigerd of bestreden werden, is er één, de vrijheid van onderzoek, die de Universiteit van Brussel boven alle andere plaatst, daar ze het wezen van de wetenschap is. De grote waarden van de mens en de samenleving los van elk politiek en religieus gezag kunnen onderzoeken (…) peilen naar de bronnen van het ware en het goede, (…) ziedaar Sire, de rol van onze Universiteit, haar bestaansreden.” Op het einde van zijn leven weigerde hij de aanwezigheid van de kerk bij zijn begrafenis (hoogst ongewoonlijk in die tijd).
Op 20 november 1834 stichtte hij de Université Libre de Belgique (later veranderd naar Université Libre de Bruxelles) in de Gotische zaal van het Stadhuis van Brussel. Het oprichten van een Vrijzinnig geïnspireerde universiteit was een reactie op het toen door de katholieken overheerste hoger onderwijslandschap, met de aankondiging in hetzelfde jaar van de Katholieke Universiteit in Mechelen (deze verhuisde later naar Leuven en werd de KUL). De stichtingsdag van de ULB werd door de instelling al na enkele jaren uitgeroepen tot lesvrije dag, die de oud-studentenorganisatie vanaf 1843 ging gebruiken voor het houden van banketten ter ere van Verhaegen in de plaatselijke cafés. Daarnaast werd er ook een jaarlijks banket gehouden door de academische overheden en het professorenkorps, niet zelden bijgewoond door prominente figuren zoals de Burgemeester van Brussel. Ook binnen de Belgische en Brusselse Vrijmetselarij werden er regelmatig vieringen gehouden op 20 november, waar in enkele uitzonderlijke gevallen zelfs studenten voor werden uitgenodigd.

De Treurenbergstraat.
Bron: https://www.routeyou.com/nl-be/location/view/51807118/la-porte-verte-aan-de-treurenberg
In 1888 begonnen studenten van de lesvrije dag gebruik te maken om zelf iets te organiseren, al was hun ering van Verhaegen veeleer ontstaan als protest dan als viering. De eerste Sint-Verhaegen-viering vond plaats op 24 november 1888 en werd bijgewoond door 200 van de toen 1400 studenten aan de ULB. De studenten verzamelden aan de stamkroeg Porte Verte (ter hoogte van de Treurenbergstraat 20) om vervolgens in stoet en vergezeld van muziek te vertrekken naar het standbeeld van Verhaegen op het binnenplein van de toenmalige universiteitsgebouwen, alwaar redevoeringen werden gehouden door de studenten.Het universiteitsbestuur ULB was in de jaren’ 80 van de 19e eeuw een meer autoritaire, conservatieve en ondemocratische houding aan het aannemen – wat veel studenten zagen als een verloochening van de waarden van stichter Verhaegen. Als reactie op deze gang van zaken besloten zij festiviteiten op te richten ter ere van de in 1862 overleden advocaat en diens waarden. De katholieke pers merkte sarcastisch op dat de studenten Verhaegen tot ‘heilige’ hadden gecanoniseerd. Van dan af begon men te spreken van Sint-Verhaegen. De viering groeide uit tot een jaarlijks gebeuren, waar sinds 1890 ook de academische overheden – als reactie waartegen het evenement oorspronkelijk was ontstaan – aan deelnamen.

Portret Francisco Ferrer.
Bron: https://dbe.rah.es/biografias/9615/francisco-ferrer-guardia
Francisco Ferrer is een van de ontwerpers van de moderne scholen met de gedachte van het vrije onderwijs (iedereen dient toegang te krijgen tot het onderwijs). Geboren in katholieke middens groeide hij uit tot anarchist, een fervente tegenstander van het geloof en werd hij lid van ‘Veritat‘, een Spaanse loge. Na het steunen van de opstand van een oud-republikeinse premier werd hij verbannen naar Parijs, waar hij met het idee kwam van de moderne scholen. Volgens Ferrer was het bestaande schoolsysteem manier om het heersende gedachtegoed te verspreiden en doceren. Hij geloofde in een systeem op basis van spontaniteit, gericht op zelfontplooiing, geestelijke onafhankelijkheid en volledige emancipatie van het individu. Uiteindelijk zou dit dan ook resulteren in een betere maatschappij.
Toen Ferrer in 1901 naar Spanje terugkeerde, opende hij zijn eerste ‘Moderne School’ (Escuela Moderna) met op het hoogtepunt tot 50 scholen. Echter bleek dat een bediende van zijn uitgeverij betrokken was bij een aanslag, waardoor hij onterecht werdbeschuldigd van een aanslag en moest zijn scholen 13 maanden sluiten en evenlang in de gevangenis zitten. Uiteindelijk kwam hij vrij en mochten zijn scholen weer open. Het duurde echter niet lang voor er in 1909 nieuwe opstanden uitbraken waar hij wederom met vage aantijgingen beschuldigd werd en ter dood veroordeeld. ULB studenten zouden voor het Vaticaan hebben geprotesteerd de dag van zijn executie. In 1911 werd in het centrum van Brussel een standbeeld ter ere van Francisco Ferrer ingehuldigd, dat sinds dat jaar door de ULB studenten wordt bezocht en geëerd. De Duitsers wouden het tijdens WO I laten verwijderen, maar uiteindelijk werd het slechts opgeslagen. Na het einde van de oorlog werd het vaak verplaatst. Sinds 1984 staat het echter aan de ULB, waar we jaarlijks op St-Vé Francisco Ferrer herdenken. In 1990 liet Spanje een gelijkaardig beeld oprichten met het opschrift: “Barcelona herstelt met dit monument vele jaren van vergetelheid en negatie van een man, gestorven bij het verdedigen van de sociale rechtvaardigheid, de broederschap en de tolerantie”.

Portret van Henri Poincaré.
Bron: https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/f/f4/PSM_V82_D416_Henri_Poincare.png
Jules Henri Poincaré was een Franse wiskundige en wetenschapsfilosoof, geboren op 29 april 1854. Hij staat op de VUB vooral bekend voor zijn quote: “Het denken mag zich nooit onderwerpen, noch aan een dogma, noch aan een partij, noch aan een hartstocht, noch aan een belang, noch aan een vooroordeel, noch aan om het even wat, maar uitsluitend aan de feiten zelf, want zich onderwerpen betekent het einde van alle denken.” alsook het afschuwelijke (door de VUB ontworpen) leerplatform ‘poincare’ dat in 2024 volledig uit de stekker is getrokken.

Embleem van Groupe G.
Bron: https://fr.wikipedia.org/wiki/Groupe_G#/media/Fichier:Ecusson_du_groupe_G.jpg
Groupe G is een groep bestaande uit studenten, alumni en docenten van de ULB en vrijzinnige milieu’s (voornamelijk de Cercle du Libre Examen, de franstalige equivalent van Studiekring Vrij Onderzoek). Deze groepering ontstond in januari 1942 met op een bepaald punt vierduizend (4000) leden. Jean Burgers was de leider en organisator van de groep en veranderde zijn naam naar Fernand Gérard, wat later de groepering de naam ‘Groupe Gérard‘ en finaal ‘Groupe G’. De groep saboteerde tijdens WO II de Duitse bezetting en probeerde doorheen de oorlog de bezetting zo moeilijk mogelijk te maken. Zo saboteerden ze treintransporten, faciliteerden ze infiltratie etc. Op 15 januari 1944 sloegen ze hun grootste slag, ‘La Grande Coupure’. Hierbij sloegen ze de steunpilaren van het elektriciteitsnetwerk neer, met een voorkeur voor moeilijk bereikbare locaties, waar de herstelwerkzaamheden langer zouden duren. Die avond, tussen 20.00 en 23.00 uur, bliezen de G-leden de hoogspanningsmasten op in de buurt van de Borinage. De actie ging onmiddellijk verder in de richting van La Louvière, Court-Saint-Étienne, Charleroi en Namen, vertakte zich vervolgens in de richting van Luik naar Bressoux en Visé, en straalde uit naar Aalst, Dendermonde, Mechelen en Kortrijk. De vernieling van 28 hoogspanningsmasten door explosieven had tot gevolg dat enorm veel fabrieken in het hele land en tot in het Rijnbekken voor lange tijd zonder stroom bleven. Een groot aantal bedrijven dat produceerden voor de Duitsers werden onmiddellijk stilgelegd en sommigen waren nog steeds niet hersteld toen het land bevrijd werd.
Ondanks hun moed had Groupe G zware verliezen geleden. Van de vierduizend mensen die lid waren, zijn er ongeveer duizend omgekomen, waaronder ook Jean Burgers. Hij werd, als leider van deze uitgebreide verzetsbeweging, opgepakt in maart 1944 en gevangengezet in Breendonk. Hij werd niet veel later gedeporteerd naar het concentratiekamp Buchenwald en op 27-jarige leeftijd opgehangen. Ook Richard Alltenhoff, verantwoordelijke voor het sabotagemateriaal en oud-lid van le Cercle du Libre Examen, werd gefusilleerd in 1943.

Herdenkingsmonument voor Group G op de Solbosch Campus in Etterbeek.
Bron: https://demoeial.be/2016/06/17/group-g-een-universiteit-ten-tijde-van-bezetting/
Door de verzetsjaren heen bleef de basis van de groep het verdedigen van het vrije denken en vrij onderzoek. De ULB richtte in 1996 een monument op ter nagedachtenis van de verzetsleden van Groupe G. Jaarlijks wordt op St-Vé de Groupe G herdacht. Hieronder een lijst van de belangrijkste leden die we ook jaarlijks herdenken en eren.
- René Patricius Fernandus Kempeneers: Commandant de Groupe G région IX (Limbourg)
- René Tordoir: Commandant de Groupe G région VII (Arrondissements de Charleroi et Thuin)
- Richard Altenhoff: État-major, Directeur national de l’équipement (1942 – juillet 1943 †)
- Pierre Baudoux: État-major
- Jean Burgers: État-major, Commandant national (1942 – mars 1944)
- Hélène Burgers-Levat: État-major, chef adjointe (mars 1944-septembre 1944)
- Maurice Érrera: Section locale
- René Évalenko: État-major, Directeur national de l’équipement (juillet 1943 – septembre 1944)
- Hilaire Gemoets: commandant PA, membre du groupe G (section locale), fusillé le 3 septembre 1944
- Jean Guillissen: Laboratoire clandestin, fusillé en mai 1942.
- Jean Lameere: État-major
- Betty Lavachery: Section locale
- Robert Leclercq: État-major, Commandant national (mars 1944 – septembre 1944)
- Richard Lipper: État-major, adjoint au Directeur national de l’équipement, fusillé au Tir National
- Robert Maistriau: État-major, Directeur national du recrutement (avril 1943 – septembre 1944)
- Hubert Meire: État-major
- Henri Neuman: État-major
- Jean Pelseneer: État-major
- André Wendelen: État-major, Chargé de liaison avec Londres (1942 – 1944)
- Gérald Norman (15/01/1919 – 31/03/1945, mort du typhus au camp de Gross-Rosen)
- Maurice Maindiaux: Médecin
- Jean Mardulyn : Etat Major; recrutement
- Charles Mahieu : Etat Major (mort fusillé le 2 septembre 1944)
- Lucien Busine : Avocat, Chef de peloton (Unité : région 4)
- Freddy Schenus : Membre de la zone liégeoise
- Dieudonné Chaineux : Membre de la zone verviétoise

Caroline Pauwels (links) en Paul de Knop (rechts) bij het overhandigen van hun respectievelijke ererector titels.
Bron: https://www.bruzz.be/onderwijs/caroline-pauwels-en-paul-de-knop-benoemd-tot-ererectoren-van-de-vub-2022-06-16
In 2022 verloor de VUB 2 rectoren op rij: Wijlen ererectoren Caroline Pauwels en Paul de Knop.
Paul de Knop, geboren te Antwerpen in 1954 studeerde initieel in Antwerpen en kwam voor zijn verdere vorming naar de VUB, waar hij promoveerde tot docent en hoogleraar in de Lichamelijke Opvoeding. Van 2004-2008 was hij decaan van de faculteit LK, werkte hij mee in het kabinet van Bert Ancieux op Vlaams niveau binnen het thema Sport en was hij bijzonder hoogleraar aan de universiteit van Tilburg. In 2008 werd hij verkozen tot rector van de VUB. Een mandaat dat hij tot 2016 vervulde. Rector de Knop stond gekend als ‘de bouwer’ en maakte van de ‘kleine’ VUB die aan de zijlijn stond een professionele universiteit met een visie. Hij realiseerde vele projecten, gaf de structuur van de VUB opnieuw vorm, starte een nieuw vicerectoraat Innovatie en Valorisatie, maakte de grootste uitbreiding van de campussen sinds de bouw van de VUB in de jaren ’70, richtte een nieuw zwembad en cultuurhuis op, bouwde koten bij, tartte o.a. met het bouwen van het LIC, de Usquare.brussels etc. Voor al zijn verdiensten werd hij dan ook tot ererector verheven. Hij kreeg in 2018 de diagnose van een melanoom. Bij het vernemen van zijn diagnose ging hij met prof. dr. Bart Neyns in gesprek en richtte hij het ‘Paul De Knop Fonds voor immunotherapie’ op, een fonds dat de dag van vandaag nog altijd geld inzameld voor essentieel onderzoek naar immunotherapie bij kankerbehandelingen. Op 4 augustus 2022 stierf hij ten gevolge van zijn melanoom.
Caroline Pauwels werd in 1964 geboren te Sint-Niklaas en studeerde Wijsbegeerte aan de UAntwerpen en Communicatiewetenschappen aan de VUB. In 1989 startte ze als onderzoeker aan de vakgroep Communicatiewetenschappen van de VUB. In 2016 werd ze verkozen tot rector van de VUB, waar ze als verbindende figuur bekend stond voor haar verwondering voor de wereld en de ‘sloophamer’ waarmee ze muren wou slopen. Ze is in haar opzet geslaagd en kon mensen uit allerlei strekkingen en uithoeken verbinden in gezamenlijke projecten. Ze maakte van de VUB ook de ‘Urban Engaged University’ en gaf een visie aan de VUB in Brussel, een multiculturele stad die verbonden is met Vlaanderen, Brussel zelve maar ook Europa en de wereld. Met haar beleidsplannen als leidraad positioneerde de VUB zich als uitgesproken humanistisch, radicaal divers, radicaal democratisch en radicaal duurzaam. In 2019 werd de diagnose van maag-en slokdarmkanker gesteld, waarna ze in 2020 werderom tot rector verkozen werd. Ze liet zich niet doen door de diagnose en werkte onvermoeibaar verder. In februari 2022 werd het echter te zwaar en nam toenmalig vice-rector Jan Danckaert haar taken over. Op 5 augustus 2022, een dag na het overlijden van Paul de Knop, stierf ook Caroline in het UZ Jette ten gevolge van haar kanker. Ook zij werd voor haar visie en impact verheven tot ererector.

De façade van Dhaenens-Lammens, gelegen op de Gallaitstraat die geïnventariseerd is als bouwkundig erfgoed.
Bron: https://monument.heritage.brussels/nl/Schaarbeek/Gallaitstraat/10301108
Dhaenens-Lammens en Maison de la Casquette zijn de twee belangrijkste zaken waar studentikoze attributen gekocht worden. Klakken worden voor de meeste facultaire verenigingen besteld bij ‘Maison de la Casquette’. Tot en met 2020 bestelde WK hun klakken bij Dhaenens-Lammens, maar omwille van bepaalde omstandigheden is deze samenwerking stopgezet. Beide producenten maken klakken van verschillende kwaliteit maar zijn in essentie hetzelfde. Maison de la casquette is in 1880 opgericht als hoeden en pettenzaak, maar sinds 1927 spitsten ze zich ook op de studentenklakken. Initieel was dit door de vraag van de faculteiten geneeskunde, recht en chemie van de ULB, maar nadien volgden ook andere faculteiten.
Ook Dhaenens-Lammens kent een lange geschiedenis (vermoedelijk rond 1935 gestart). Beginnende in West-Vlaanderen maakt dit familiebedrijf al jarenlang studentikoze attributen van linten, klakken maar ook vlaggen etc. Praeseslinten worden gebruikelijk hier besteld met uitzondering van MesaCosa. Een van hun prosenioren begaf zich met een beclasht lint in de winkel en de uitbaters konden niet lachen dat hun product waar ze enorm veel werk in hadden gestoken er nu uitzag als een vod. Zij begeven zich sindsdien naar een winkel in Aalst.
Door hun langdurige bestaan en gekende kwaliteit krijgen ze bestellingen van over de wereld. Ook houden ze er een archief op na dat het CAVA zou doen blozen. Van elke vereniging die ooit is gepasseerd wordt bijgehouden wat ooit besteld is geweest, mogelijke ontwerpen of plannen alsook namen en bestelnummers. Bij mijn voorgaande bezoek werd er aangegeven dat de archieven zo groot zijn dat ze nu veel moeten wegsmijten. Helaas zijn beide dames al op oudere leeftijd en ziet het er niet naar uit dat er snel een andere uitbater zal komen. Met het sluiten van Dhaenens-Lammens zou een belangrijk deel van de studentikoziteit sterven. Hierboven kun je de façade van Dhaenens-Lammens, gelegen op de Gallaitstraat die geïnventariseerd is als bouwkundig erfgoed.

Jef vanden Eynde
Bron: https://www.academia-studentica.eu/wiki/nl/index.php/Jef_Vanden_Eynde
Jozef (Jef) Van den Eynde geboren te Olsene op 21 december 1879 was een figuur uit het Leuvense studentenleven en tijdens de Eerste Wereldoorlog activist en lid van de Raad van Vlaanderen. Hij volgde de Franstalige humaniora aan het Sint-Lievenscollege in Gent, en stichtte daar een bond die zich vooral toespitste op het behoorlijk Nederlands spreken. Hij deed er wat langer over dan gewoonlijk want hij was al bijna twintig toen hij met zijn middelbare studies klaar was. Tegen 1899 trok hij naar de KUL waar hij als eeuwige student uitgroeide tot belangrijke leider tot hij in 1908 de universiteit zonder diploma verliet. Hij had daar dan ook een belangrijke invloed op de studentikoziteit, mede door het invoeren van de Duitse studentenpet. Hij zette zich dan ook in om de Vlaamse kunst en taal te promoten en verafschuwde het ‘bierflamingantisme’. Liefst van al had hij dat de Vlaamse studenten zich met stijl gedroegen. In latere jaren groeide hij uit tot een bijna mythische figuur in het studentenleven.

Albrecht Rodenbach in 1878.
Bron: https://www.cultuursmakers.be/roeselare-gezelle/fotos/albrecht-rodenbach
Albertus (Berten of Albrecht) Rodenbach werd geboren te Roeselare op 27 oktober 1856. Hij was een Vlaamse schrijver en dichter en kwam uit een familie met sterke literaire banden. Zijn grootoom was ook de stichter van de brouwerij Rodenbach. In 1876 trok hij naar de Katholieke Universiteit Leuven om rechten te studeren, destijds allemaal uteraard in het Frans. Daar begon hij het idee te promoten van een Vlaams bewustzijn onder de studenten. Hij bekloeg zich erover dat hij zelf beter overweg kon in het Frans dan het Vlaams en vond dat de voertaal die van het volk moest zijn. Zelf was hij ook vurig katholiek, waardoor hij vond dat het Vlaams met zijn dialecten zich moest afzetten van het ‘Protestantse’ Nederlands. Hij zette de grote lijnen uit die de katholieke studentenbeweging nog lang na hem zou blijven volgen. Centraal hierin stond de boodschap van Gezelle en Verriest “Wees Vlaming dien God Vlaming schiep”: de scholieren dienden gevormd te worden tot authentieke – en dus katholieke – Vlamingen die in de Vlaamse strijd hun verantwoordelijkheid zouden opnemen. In 1880 overleed hij op 23-jarige leeftijd in zijn geboortestad aan tuberculose.