Relevante Belgische Geschiedenis

In de tijd van de Spaanse Successieoorlog kwamen de Zuidelijke Nederlanden weer in Nederlandse handen. De Nederlanden werden echter niet herenigd, doordat bij de Vrede van Utrecht (1713) de Zuidelijke Nederlanden aan de Habsburgse monarchie kwamen. De Oostenrijkse Nederlanden bestonden nu ongeveer uit het huidige België (zonder het prinsbisdom Luik), Luxemburg en enkele aangrenzende gebieden. De Oostenrijkse Nederlanden bleven bestaan van 1713 tot 1794. De eerste twee Oostenrijkse vorsten, keizer Karel VI en keizerin Maria Theresia, voerden voorzichtige hervormingen geleidelijk door. Keizer Jozef II regeerde als een verlicht despoot over de Zuidelijke Nederlanden.

Hij wilde zijn bestuur centraliseren en de vaak eeuwenoude rechten van elk vorstendom vervangen door een eenvormige wetgeving. Omdat hij zijn hervormingen eigenmachtig probeerde op te leggen voelden verschillende lagen van de bevolking zich bedreigd in hun positie. In 1789 kwamen ze in opstand: de Brabantse Omwenteling. Als gevolg daarvan verklaarden de Zuidelijke Nederlanden zich onafhankelijk, enkel het hertogdom Luxemburg bleef Oostenrijks. (Het prinsbisdom Luik, rechtstreeks onderdeel van het Heilig Roomse Rijk, maakte formeel geen deel uit van de Nederlanden, hoewel ook daar een gelijkaardige opstand kwam: de Luikse Revolutie.)

Kaart van de verenigde Nederlandse (Of Belgische) Staten.
Bron:https://nl.wikipedia.org/wiki/Verenigde_Nederlandse_Staten#/media/Bestand:Verenigde_Nederlandse_Staten_1790.jpg

Zo ontstonden de Verenigde Nederlandse Staten (later ook wel de Verenigde Belgische Staten genoemd) gedurende een zeer korte tijd als een confederatie van de oude vorstendommen. Ze werd gesteund door de verzwakte Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De Verenigde Belgische Staten zouden mislukken en snel weer verdwijnen door interne politieke verdeeldheid, de slechte economische toestand en gebrek aan internationale erkenning. Het Oostenrijkse gezag kon daardoor opnieuw in december 1790 hersteld worden onder leiding van een tactvoller opererende keizer Leopold II, broer en opvolger van Jozef II. Maar slechts voor een paar jaar.

Tegen 1792 was Frankrijk de Zuidelijke Nederlanden al herhaaldelijk binnengevallen en tegen 1795 werden grote delen plots deel van de Franse Republiek en werd Noord-Nederalnd een vazalstaat van Frankrijk. Dit allen was ten tijde van Napoleon Bonaparte. Op 12 oktober 1798 kwam de Vlaamse, Brabantse en Luxemburgse boerenbevolking (de brigands) in opstand tegen de Franse bezetter (sansculotten) met als leuze “Voor outer en heerd”. Deze opstand wordt de Boerenkrijg genoemd. Aanleiding tot deze rebellie waren de hoge belastingen, de antigodsdienstige politiek van sluiting van de kerken gepaard gaande met de vervolging van de priesters en de invoering van de conscriptie door de bezetter. De opstand eindigde op 5 december 1798, toen het boerenleger op Ter Hilst (Hasselt) werd verslagen.

In 1815 werd Napoleon definitief verslagen bij de slag bij Waterloo. Het Franse leger werd door het Nederlandse (Noordelijken en Zuidelijken), het Britse en het Pruisische leger verslagen. Napoleon werd nu voorgoed verbannen naar Sint-Helena. Een klein contingent onder de Nederlandse vlag (dat samen vocht met de Britten) stond onder leiding van de Nederlandse kroonprins Willem Van Bylandt. Koning Willem I was trots op de Nederlandse bijdrage en de moed van zijn zoon en bouwde ter ere daarvan de Leeuw van Waterloo. De werken vonden plaats tussen 1823 en 1826 en het staat op de plaats waar kroonprins Willem gewond raakte door een schot in zijn schouder.

Op 21 juni 1814 ondertekenden de grote mogendheden in Londen de XVIII artikelen, waarna Noord- en Zuid-Nederland (met Luxemburg) werden herenigd tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Dit gebeurde op initiatief van Engeland dat na de ineenstorting van het Franse rijk een sterke bufferstaat wilde vormen tegen Frankrijk. In juli van dat jaar werden de artikelen aanvaard door Willem I en op 21 september 1815 legde hij de grondwettelijke eed af als Koning der Nederlanden.

Willem I in kroningsmantel door Joseph Paelinck.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_I_der_Nederlanden#/media/Bestand:Willem_I_in_kroningsmantel.jpg

Het beleid van Willem I zorgde voor een verdere economische en industriële ontwikkeling van de Zuidelijke gewesten. Hij legde een aantal kanalen aan om de economie te stimuleren, breidde het onderwijs uit en streefde ernaar het Nederlands de officiële taal te maken van wat nu Vlaanderen is. Er waren en bleven echter grote verschillen tussen noord en zuid, die al 200 jaar gescheiden waren. Vooral de Franstalige katholieken verzetten zich hevig tegen de politiek van de koning. Na 1825 sloten liberalen en katholieken zich aaneen en in 1828 kwam de Unie van de katholieke en liberale oppositie tot stand (unionisme).

Dit unionisme geleid door jonge intellectuelen, won aan kracht, waardoor de afscheiding een ernstig alternatief werd. In 1829 verhevigde de oppositie van de Zuid-Nederlandse parlementsleden in de Staten-Generaal. Vooral het Franstalige deel van de burgerij uitte zijn ongenoegen met ‘patriottische banketten’ en ‘petities’ naar Den Haag. Het strafrechtelijk beteugelen van de oppositie maakte dat ‘martelaars’ zoals Louis de Potter nationale bekendheid kregen en in sommige kringen tot het heldendom opklommen.

Een opvoering van de opera De Stomme van Portici (La Muette de Portici) van Daniel Auber op 25 augustus 1830 in Brussel was de aanleiding tot georganiseerde rellen van Fransgezinde separatisten en volksrumoer, die door de burgerij met een inderhaast gevormde burgerwacht in bedwang werd gehouden. Het publiek van de Munt was trouwens helemaal niet het opstandige volk. Na de vertoning maakten de toeschouwers dat ze snel weg waren. Op het Muntplein was de toestand echter heel anders. Verschillende groepen betogers hadden zich tijdens de voorstelling gevormd en trokken eerst naar café Suisse en Mille Colonnes.

Schilderij van Gustave Wappers in zijn ‘Episode van de septemberdagen van de Belgische Revolutie van 1830’ (1835).
Bron: https://focusonbelgium.be/nl/wist%20u%20dat/ontketende-de-stomme-van-portici-echt-de-belgische-revolutie-1830

Daarop gingen ze richting Wolvengracht, achter de Munt, waar de pro-Nederlandse krant Le National gevestigd was. Klokslag 22 uur sneuvelde de eerste lantaarn. Dit was het startschot voor een reeks vernielingen door de stad. De menigte had het gemunt op wie verondersteld werd voor het beleid van Willem I te zijn, namelijk de rijke Nederlanders, wier huizen werden geplunderd. De ordediensten konden de toestand niet aan. De volgende dag vreesde de Brusselse burgerij zelf ook het slachtoffer te worden van de volkswoede en besloot een burgerwacht op te richten.

Ze kregen geweren van het leger uit de kazerne Annonciades (gelegen in de Leuvensestraat, ondertussen in verval en vervangen door de kazernes te Etterbeek). Toen de eerste groep uitrukte om opnieuw rust en orde in de stad af te dwingen, mispakten de oproerzaaiers zich totaal: ze applaudisseerden en juichten deze burgerwacht toe in de veronderstelling dat ook de burgerij zich bij de opstand aansloot. Niets was minder waar, maar zo kreeg de burgerij terug controle over de stad.

De menigte werd gepaaid met enkele gebaren van sympathie zoals enkele traktaties in verschillende cafés. Ongewild kwam de burgerij zo aan de leiding van een opstand die ze zelf eerst wenste te onderdrukken. Het Voorlopig Bewind van de Zuidelijke Nederlanden riep op 4 oktober 1830 de onafhankelijkheid uit. Het regeringsleger reageerde op de kleine troepenmacht die de nieuwe Belgen in Brussel verzamelden, maar was niet voorbereid op een guerrillaoorlog in de middeleeuwse stadsstraten. Na gevechten her en der geraakte het grotendeels Franstalige leger in ontbinding en werd het uit de zuidelijke provincies verdreven als het niet overliep naar de Belgische zijde. Een Nationaal Congres werd verkozen, een staatsvorm – de constitutionele monarchie – werd gekozen, een naar de normen van de tijd liberale grondwet werd uitgevaardigd en een koning werd gekozen.

Leopold I van België door Nicaise De Keyser.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Leopold_I_van_Belgi%C3%AB#/media/Bestand:NICAISE_Leopold_ANV.jpg

Na een conferentie op 4 november te Londen erkenden de grote mogendheden (Pruisen, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk en Rusland) op 20 december 1830 de scheiding tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Op 4 juni 1831 werd Leopold van Saksen-Coburg-Gotha door het Congres tot staatshoofd gekozen en op 21 juli legde hij de eed af als eerste koning van de Belgen. Op 23 september trok prins Frederik met het regeringsleger Brussel binnen, maar door het hevige verzet van de separatisten was hij gedwongen vier dagen later te vertrekken. Tijdens deze gevechten kwam het Voorlopig Bewind tot stand. Deze regering riep op 4 oktober de onafhankelijkheid uit. Op 7 februari 1831 werd de Grondwet goedgekeurd.

Na de onafhankelijkheid kwam het unionisme onder druk te staan door de weer opspelende tegenstellingen. Zo wilden de katholieken eigenlijk niet langer samenwerken met de liberalen na een veroordeling vanuit Rome van het liberale karakter van het katholicisme en vreesden de liberalen dat de kerk een te grote invloed zou gaan hebben op het openbare leven. Door tussenkomst van koning Leopold I en de katholieken bleef het unionisme bestaan tot 1846, met de opkomst van de Liberale Partij, die onder leiding van Walthère Frère-Orban meteen aan de macht kwam na de verkiezingen van 1847. Al snel staken de tegenstellingen tussen liberalen en katholieken weer de kop op en opnieuw was de onderwijspolitiek een bron van onrust met rond 1880 weer het oplaaien van de schoolstrijd, waarbij uiteindelijk de katholieken wonnen; in 1884 wonnen ze de verkiezingen en zij bleven dertig jaar aan de macht. Deze strijd gaf mee vorm aan ons universitair landschap.